Wiskunde B havo

Hier staat alles wat de syllabus voor het centraal examen 2027 van wiskunde B havo noemt, per domein en subdomein. Bij elk onderdeel zie je of het op Wiskundehulp staat. Deze pagina is een kaart: de uitleg zelf staat op de pagina's waar de links naartoe gaan.

In de syllabus staat: “Het centraal examen heeft betrekking op de domeinen B, C en D in combinatie met de vaardigheden uit domein A.” Het schoolexamen gaat over domein A en domein D. Je school kan ervoor kiezen ook onderdelen uit het centraal examen of andere onderdelen in het schoolexamen op te nemen. De officiële tekst lees je in de syllabus wiskunde B havo 2027 op Examenblad.nl.

Twijfel je nog tussen wiskunde A en B? Lees dan het verschil tussen wiskunde A en B. De kaart voor het andere niveau: wiskunde B vwo.

Van de 20 onderdelen hieronder hebben er 8 een eigen pagina op Wiskundehulp. Alle formules staan samen op de formulepagina.

Domein A · Vaardigheden

Schoolexamen, en in het centraal examen samen met domein B, C en D.

  • A1–A3 Algemene, profielspecifieke en wiskundige vaardigheden. De rol van wiskunde in de maatschappij kennen en daarover informatie verzamelen en communiceren; een probleem uit je profiel wiskundig analyseren, oplossen en terugvertalen naar de context; en wiskundig denken, zoals modelleren, formules manipuleren en logisch redeneren, met functioneel gebruik van ICT.

Domein B · Functies, grafieken en vergelijkingen

Centraal examen.

  • B1 Standaardfuncties. Werken met machtsfuncties, exponentiële, logaritmische en goniometrische functies: ze gebruiken in een context, de grafieken beschrijven, een functievoorschrift opstellen en eenvoudige transformaties toepassen.
    Op Wiskundehulp: exponentiële functies (oefenen: exponentiële functies). Nog niet op Wiskundehulp: machtsfuncties, logaritmische functies, goniometrische functies, transformaties.

  • B2 Vergelijkingen en ongelijkheden. Vergelijkingen, ongelijkheden en stelsels van twee lineaire vergelijkingen oplossen, zo nodig grafisch of met een numerieke benadering, en de oplossingen in de context uitleggen.
    Op Wiskundehulp: lineaire vergelijkingen (oefenen: lineaire vergelijkingen), kwadratische vergelijkingen (oefenen: kwadratische vergelijkingen), stelsels van twee lineaire vergelijkingen (oefenen: stelsels van twee lineaire vergelijkingen). Nog niet op Wiskundehulp: ongelijkheden.

  • B3 Evenredigheidsverbanden. Verbanden van de vorm a = c · b^d herkennen, gebruiken en tekenen, er een formule bij opstellen, de evenredigheidsconstante bepalen en redeneren over schaalvergroting.
    Nog niet op Wiskundehulp: evenredigheidsverbanden.

  • B4 Periodieke functies. Periodieke verschijnselen beschrijven met sinus- of cosinusfuncties, de sinusoïden tekenen, hun kenmerken benoemen en alle oplossingen van een goniometrische vergelijking op een interval bepalen.
    Nog niet op Wiskundehulp: periodieke functies.

Domein C · Meetkundige berekeningen

Centraal examen.

Domein D · Toegepaste analyse

Centraal examen én schoolexamen.

  • D1 Veranderingen. Het veranderingsgedrag van een functie beschrijven met toenamediagrammen en differentiequotiënten, en differentiequotiënten berekenen en uitleggen.
    Nog niet op Wiskundehulp: toenamediagrammen en differentiequotiënten.

  • D2 Afgeleide functies. De afgeleide als begrip gebruiken en een lokale verandering benaderen met een differentiaalquotiënt of met een numeriek-grafische methode.
    Op Wiskundehulp: helling in een punt (oefenen: helling in een punt).

  • D3 Bepaling afgeleide functies. De afgeleide bepalen van machtsfuncties met rationale exponenten, met de somregel, verschilregel en kettingregel.
    Op Wiskundehulp: machtsregel, somregel en verschilregel (oefenen: machtsregel, somregel en verschilregel). Nog niet op Wiskundehulp: kettingregel.

  • D4 Toepassing afgeleide functies. Analytisch-algebraïsche berekeningen uitvoeren in contexten uit je profiel.
    Nog niet op Wiskundehulp: toepassingen van de afgeleide.