vmbo havo vwo

Oppervlakte berekenen

Snel antwoord

Rechthoek: A = l × b. Driehoek: A = ½ × basis × hoogte. Cirkel: A = π r².

Voorbeelden: 4 × 5 = 20 cm²; ½ × 6 × 3 = 9 cm²; r = 2 geeft 4π ≈ 12,5664 cm². Diameter: eerst r = d ÷ 2.

Rekenmachine

Kies rechthoek, driehoek, cirkel, trapezium of parallellogram. cm, m of mm is weergave; we rekenen niet om tussen eenheden. Het antwoord krijgt ² erachter. Lengtes groter dan 0.

Wat is oppervlakte?

Oppervlakte is hoe groot een vlak figuur is. Je telt hoeveel vierkanten van 1 cm × 1 cm erin passen; daarom is de eenheid cm² (of m², mm²). Lengte is een lijn; oppervlakte is een vlak; inhoud (volume) is een lichaam — drie verschillende grootheden. Deze pagina rekent alleen oppervlakte. Hoeveel erin past, staat op volume berekenen (kubus, bol, kegel) en inhoud cilinder berekenen.

Vormen en formules op deze pagina
Figuur Formule Voorbeeld
Rechthoek A = l × b 4 cm × 5 cm = 20 cm²
Driehoek A = ½ × basis × hoogte ½ × 6 × 3 = 9 cm²
Cirkel A = π r² r = 2 cm → 4π ≈ 12,5664 cm²

Bij de cirkel is r de straal. Heb je de diameter d: eerst r = d ÷ 2, daarna π r². Op vmbo oefen je de drie formules apart. Op havo/vwo combineer je ze in een samengestelde vloer of in de grondcirkel van een cilinder. Ontbreekt een rechthoekszijde: Pythagoras berekenen.

Oppervlakte-eenheden (niet verwisselen met volume)
Omrekening Waarde Let op
1 m² in cm² 10 000 cm² 100 × 100, niet 100
1 cm² in mm² 100 mm² 10 × 10
Oppervlakte vs volume cm² vs cm³ Vlak ≠ lichaam

Trapezium en parallellogram

Een trapezium heeft twee evenwijdige zijden a en b: A = ½ × (a + b) × hoogte. Een parallellogram heeft twee paar evenwijdige zijden: A = basis × hoogte. De hoogte meet je loodrecht op de basis, niet langs de schuine zijde.

Trapezium met a = 8 cm, b = 4 cm en hoogte 3 cm: 8 + 4 = 12; ½ × 12 × 3 = 18, dus A = 18 cm².

Parallellogram met basis 6 cm en hoogte 4 cm: 6 × 4 = 24, dus A = 24 cm².

Voorbeelden per niveau

Een rechthoek is 4 cm bij 5 cm. Wat is de oppervlakte?

  1. FormuleA = l × b
  2. Invullen4 × 5 = 20
  3. Eenheid20 cm² (niet 20 cm)

Zelfde lengte-eenheid links en rechts. De tool rekent niet om van m naar cm.

Veelgemaakte fouten

Fout

Driehoek als basis × hoogte, zonder de ½.

Goed

A = ½ × basis × hoogte. De driehoek is de helft van de omgeschreven rechthoek.

Fout

Diameter in A = π r² stoppen alsof het de straal is.

Goed

Eerst r = d ÷ 2. Diameter 4 cm is straal 2 cm, daarna π r².

Fout

Antwoord in cm, of 1 m² “omzetten” naar 100 cm².

Goed

Oppervlakte is lengte × lengte → cm². 1 m² = 100 × 100 = 10 000 cm².

Fout

Oppervlakte en volume door elkaar: cm² schrijven als cm³, of een vloer als “inhoud” rekenen.

Goed

Oppervlakte = vlak (cm²). Volume = lichaam (cm³). Inhoud van lichamen: volume of cilinder.

Oefenopgaven

vmbo Rechthoek 8 cm bij 3 cm. Wat is A?

vmbo Driehoek, basis 10 cm, hoogte 4 cm. Wat is A?

havo Cirkel met straal 5 cm. Wat is A? (4 decimalen)

havo Cirkel met diameter 10 cm. Zelfde A als bij r = 5?

vwo Hoeveel cm² is 1 m²? En is dat volume?

vwo Een rechthoekige driehoek heeft rechthoekszijden 6 cm en 8 cm. Wat is A, en wat is de schuine zijde?

In de klas

Op vmbo is oppervlakte vaak een vloer, een tegel of een etiket: cm² op papier. Op havo/vwo zit dezelfde formule in samengestelde figuren en in de grondcirkel van een cilinder: inhoud cilinder gebruikt π r² als tussenstap, daarna × h voor volume. Kubus, bol en kegel: volume berekenen.

Rechthoek, driehoek en cirkel staan samen in deze rekenmachine: het is steeds dezelfde vraag (hoe groot is dit vlak?), met een andere formule. Heron (drie zijden, geen hoogte) is een andere rekenwijze; die zit hier niet als modus.

Volgende stap

Leerlijn

Wat moet ik kennen

Waar dit onderwerp in de examenstof 2027 staat. Geen volledige examenlijst.

Veelgestelde vragen

Hoe bereken je de oppervlakte van een rechthoek?

A = l × b. Lengte en breedte in dezelfde eenheid. 4 cm bij 5 cm is 20 cm².

Hoe bereken je de oppervlakte van een driehoek?

A = ½ × basis × hoogte. De hoogte staat loodrecht op de basis. ½ × 6 × 3 = 9 cm². Een schuine zijde is geen hoogte.

Hoe bereken je de oppervlakte van een cirkel?

A = π r². Bij r = 2 cm is A = 4π ≈ 12,5664 cm². Heb je de diameter: eerst r = d ÷ 2, daarna dezelfde formule.

Waarom cm² en niet cm?

Je vermenigvuldigt twee lengtes. Het product heeft eenheid lengte². 1 m² = 10 000 cm², niet 100 cm².

Is oppervlakte hetzelfde als volume?

Nee. Oppervlakte is hoe groot een vlak is (cm²). Volume of inhoud is hoeveel erin past (cm³). Volume van kubus, bol en kegel staat op volume berekenen; de cilinder op inhoud cilinder berekenen.

Gerelateerde tools