vmbo havo vwo

Volume berekenen

Snel antwoord

Kubus: V = a³. Bol: V = ⁴⁄₃ π r³. Kegel: V = ¹⁄₃ π r² h.

Voorbeelden: a = 4 → 64 cm³; r = 3 → 36π ≈ 113,0973 cm³; r = 3 en h = 9 → 27π ≈ 84,8230 cm³. Diameter: eerst r = d ÷ 2. Cilinder is een andere pagina: V = π r² h, zonder ¹⁄₃.

Rekenmachine

Kies kubus, bol, kegel, balk, prisma of piramide — geen cilinder. De cilinder staat op inhoud cilinder berekenen. cm, m of mm is weergave; we rekenen niet om tussen eenheden. Het antwoord krijgt ³ erachter. Getallen groter dan 0.

Wat is volume?

Volume (inhoud) is hoeveel erin past. Je telt hoeveel kubussen van 1 cm × 1 cm × 1 cm erin gaan; daarom is de eenheid cm³ (of m³, mm³). Lengte is een lijn, oppervlakte een vlak (cm²), inhoud een lichaam (cm³) — drie verschillende grootheden.

Geen cilinder hier. De cilinder heeft een eigen pagina: /inhoud-cilinder-berekenen/ met V = π r² h (zonder ¹⁄₃). Hier reken je kubus, bol, kegel, balk, prisma en piramide.

Lichamen en formules op deze pagina
Lichaam Formule Voorbeeld
Kubus V = a³ a = 4 cm → 64 cm³
Bol V = ⁴⁄₃ π r³ r = 3 cm → 36π ≈ 113,0973 cm³
Kegel V = ¹⁄₃ π r² h r = 3 cm, h = 9 cm → 27π ≈ 84,8230 cm³
Cilinder (eigen rekenmachine) V = π r² h Zie inhoud cilinder berekenen
Volume-eenheden cm³ en m³
Omrekening Waarde Let op
1 m³ in cm³ 1 000 000 cm³ 100 × 100 × 100
1 cm³ in mm³ 1 000 mm³ 10 × 10 × 10
1 m² (oppervlakte) 10 000 cm² Dat is geen volume

Een kubus heeft zes gelijke vierkanten; alle ribben zijn a, dus V = a³. Een bol is bepaald door de straal. Een kegel heeft een cirkel als grondvlak en een punt; de inhoud is een derde van de cilinder met dezelfde r en h — die cilinder reken je uit met inhoud cilinder berekenen.

Balk, prisma en piramide

Een balk heeft rechte hoeken: V = l × b × h. Bij een prisma en een piramide reken je met de oppervlakte van het grondvlak G en de hoogte h. Prisma: V = G × h. Piramide: V = ⅓ × G × h. Reken je in cm, dan is G in cm². Het grondvlak zelf bereken je met oppervlakte berekenen.

Balk van 5 cm × 4 cm × 3 cm: 5 × 4 = 20; 20 × 3 = 60, dus V = 60 cm³.

Prisma met grondvlak 12 cm² en hoogte 5 cm: 12 × 5 = 60, dus V = 60 cm³.

Piramide met grondvlak 36 cm² en hoogte 10 cm: 36 × 10 = 360; 360 ÷ 3 = 120, dus V = 120 cm³.

Voorbeelden per niveau

Een dobbelsteen heeft ribbe 4 cm. Wat is de inhoud?

  1. FormuleV = a³
  2. Invullen4³ = 4 × 4 × 4
  3. a³64
  4. Eenheid64 cm³ (niet cm²)

Drie dezelfde lengtes vermenigvuldigen → derde macht.

Veelgemaakte fouten

Fout

Kegel rekenen als π r² h, zonder de ¹⁄₃. Dat is de cilinder.

Goed

V = ¹⁄₃ π r² h. Open inhoud cilinder als je V = π r² h nodig hebt.

Fout

Diameter in V = ⁴⁄₃ π r³ stoppen alsof het de straal is.

Goed

Eerst r = d ÷ 2. Diameter 6 cm is straal 3 cm, daarna ⁴⁄₃ π r³.

Fout

Antwoord in cm of cm², of 1 m³ “omzetten” naar 10 000 cm³.

Goed

Inhoud → cm³. 1 m³ = 100 × 100 × 100 = 1 000 000 cm³. 10 000 is 1 m².

Fout

Hier een cilinder-modus verwachten naast kubus, bol en kegel.

Goed

Cilinder: gebruik inhoud cilinder berekenen. Hier kubus, bol, kegel, balk, prisma en piramide.

Oefenopgaven

vmbo Kubus met ribbe 5 cm. Wat is V?

vmbo Bol met straal 3 cm. Wat is V? (4 decimalen)

havo Kegel, r = 3 cm, h = 9 cm. Wat is V? (4 decimalen)

havo Bol met diameter 6 cm. Zelfde V als bij r = 3?

vwo Hoeveel cm³ is 1 m³? En waar bereken je de cilinder?

vwo Waarom is de kegel een derde van de cilinder met dezelfde r en h?

In de klas

Op vmbo is inhoud vaak een dobbelsteen (kubus) of een bal (bol). Op havo komt de kegel erbij (de ¹⁄₃) en de bol met ⁴⁄₃. Op vwo dezelfde formules in een samengesteld lichaam: eerst de ene formule, daarna de andere, eenheden gelijk houden.

Kubus, bol en kegel staan samen in deze rekenmachine: het is steeds dezelfde vraag (hoeveel past erin?). De cilinder blijft op /inhoud-cilinder-berekenen/, omdat die als named intent al live is. Oppervlakte van een grondvlak: oppervlakte berekenen.

Volgende stap

Leerlijn

Wat moet ik kennen

Waar dit onderwerp in de examenstof 2027 staat. Geen volledige examenlijst.

Veelgestelde vragen

Hoe bereken je de inhoud van een kubus?

V = a³. Ribbe 4 cm is 4 × 4 × 4 = 64 cm³.

Hoe bereken je de inhoud van een bol?

V = ⁴⁄₃ π r³. Bij r = 3 cm is V = 36π ≈ 113,0973 cm³. Diameter: eerst r = d ÷ 2, daarna dezelfde formule.

Hoe bereken je de inhoud van een kegel?

V = ¹⁄₃ π r² h. r = 3 cm en h = 9 cm geeft 27π ≈ 84,8230 cm³. Dat is een derde van de cilinder met dezelfde r en h.

Waar bereken je de inhoud van een cilinder?

Op inhoud cilinder berekenen (/inhoud-cilinder-berekenen/). Formule V = π r² h, zonder ¹⁄₃. Deze pagina heeft geen cilinder-modus.

Hoeveel cm³ is 1 m³?

1 m³ = 1 000 000 cm³ (100 × 100 × 100). Verwar dat niet met 1 m² = 10 000 cm².

Gerelateerde tools