vmbo havo vwo

Inhoud cilinder berekenen

Snel antwoord

Inhoud (volume): V = π r² h. Straal 3 cm, hoogte 10 cm: V = π · 9 · 10 ≈ 282,7433 cm³.

Heb je de diameter: r = d ÷ 2. De eenheid bij het antwoord is dezelfde als die van r en h, tot de derde macht.

Rekenmachine

Alleen de cilinder. Kies straal of diameter; vul de hoogte in. cm, m of mm is weergave; we rekenen niet om tussen eenheden. Geen kubus, bol of kegel hier — die staan op volume berekenen.

Wat is de inhoud van een cilinder?

Een cilinder heeft twee even grote cirkels en een rechte hoogte ertussen. De inhoud (volume) is de oppervlakte van de grondcirkel keer de hoogte: eerst π r², daarna × h. Dat is hoeveel erin past, in cm³ (of m³, mm³).

Formules voor deze pagina
Begrip Formule Voorbeeld
Inhoud cilinder V = π r² h r = 3 cm, h = 10 cm → 90π ≈ 282,7433 cm³
Straal uit diameter r = d ÷ 2 d = 6 cm → r = 3 cm
Grondcirkel (tussenstap) A = π r² r = 3 → 9π cm², daarna × h

Op vmbo oefen je dit met blikjes en buizen. Op havo/vwo komt dezelfde V = π r² h terug bij samengestelde lichamen. Kubus, bol en kegel: volume berekenen — geen tweede cilinder-modus daar. Ontbreekt een lengte in een rechthoekige doorsnede: Pythagoras berekenen.

Voorbeelden per niveau

r = 3 cm, h = 10 cm. Wat is V?

  1. r²3² = 9
  2. π r²9π (grondcirkel in cm²)
  3. π r² h9π × 10 = 90π ≈ 282,7433 cm³

Eerst oppervlakte van de cirkel, daarna × hoogte voor inhoud.

Veelgemaakte fouten

Fout

V = π d² h: de diameter rechtstreeks kwadrateren.

Goed

Eerst r = d ÷ 2, dan r². Of V = π (d/2)² h. d = 6 → r = 3.

Fout

Alleen π r² opschrijven en dat “inhoud” noemen (dat is cm²).

Goed

π r² is de grondcirkel. Inhoud: nog × h → cm³.

Fout

Kegel-formule ¹⁄₃ π r² h gebruiken voor een cilinder, of andersom.

Goed

Cilinder: V = π r² h, zonder ¹⁄₃. Kegel: volume berekenen.

Fout

r = 0 of h = 0, of cm en m in één som zonder omrekenen.

Goed

Straal en hoogte groter dan 0, dezelfde eenheid. Deze tool rekent niet om.

Oefenopgaven

vmbo r = 2 cm, h = 5 cm. Wat is V in termen van π?

vmbo r = 3 cm, h = 10 cm. Wat is V? (4 decimalen)

havo d = 4 cm, h = 3 cm. Wat is r, en wat is V in termen van π?

havo Diameter 6 cm, h = 10 cm. Zelfde V als bij r = 3 cm?

vwo Mag je 3 cm en 10 m mixen in één som?

vwo r = 3 cm, h = 9 cm. Wat is V van de cilinder, en wat zou de kegel met dezelfde r en h zijn?

In de klas

Inhoud van lichamen staat in de examenprogramma’s wiskunde. Op vmbo is de cilinder vaak een blik of een buis: V = π r² h met cm³. Op havo/vwo dezelfde formule in een samengesteld lichaam, of naast de kegel (¹⁄₃ van deze inhoud bij gelijke r en h).

Kubus, bol en kegel staan op volume berekenen — zonder cilinder-modus, zodat deze named intent hier blijft. De grondcirkel π r² oefen je ook op oppervlakte berekenen. Oppervlakte van de mantel is 2π r h; dat is een andere formule, later op een eigen pagina.

Volgende stap

Leerlijn

Wat moet ik kennen

Waar dit onderwerp in de examenstof 2027 staat. Geen volledige examenlijst.

Veelgestelde vragen

Hoe bereken je de inhoud van een cilinder?

V = π r² h. Eerst de grondcirkel π r², daarna × hoogte. r = 3 cm, h = 10 cm → 90π ≈ 282,7433 cm³.

Wat als je de diameter hebt?

r = d ÷ 2, daarna dezelfde formule V = π r² h. Diameter 6 cm is straal 3 cm. Stop d niet rechtstreeks in r².

Waarom cm³ en niet cm²?

Inhoud is lengte × lengte × lengte. π r² is nog oppervlakte (cm²); keer h geeft cm³. Oppervlakte van een cirkel staat op oppervlakte berekenen.

Waar bereken je kubus, bol of kegel?

Op volume berekenen. Die pagina heeft geen cilinder-modus; de cilinder blijft hier met V = π r² h.

Mag je straal in cm en hoogte in m mixen?

Nee zonder eerst om te rekenen. Zet alles in cm of alles in m. Deze tool rekent niet om tussen eenheden.

Gerelateerde tools