vmbo gthavovwo
Eenheidscirkel en sinusoïde
Na deze simulatie kun je uitleggen waarom cos α en sin α de coördinaten van een punt op de eenheidscirkel zijn, en wat a, b en d doen in y = d + a · sin(b · x).
Simulatie
Start: α = 60°, a = 1, b = 1 en d = 0. Dan is P = (0,5; 0,87) en de periode 360°.
Uitleg
De eenheidscirkel is een cirkel met straal 1 om de oorsprong. Draai je een punt P over een hoek α vanaf de positieve x-as, dan is de x-coördinaat van P gelijk aan cos α en de y-coördinaat gelijk aan sin α. Zo krijgen sinus en cosinus ook betekenis voor hoeken groter dan 90°, waar geen rechthoekige driehoek meer past.
Laat P rondgaan en kijk naar de stippellijn: die neemt de hoogte van P mee naar de grafiek rechts. De hoogte bij elke hoek samen geeft de grafiek van y = sin x, een golf met periode 360°. Bij 30° is sin(30°) = 0,5; bij 150° ligt P links van de y-as, maar nog boven de x-as: cos(150°) = −0,87 en sin(150°) = 0,5.
Amplitude, periode en evenwichtsstand
In y = d + a · sin(b · x) is a de amplitude: hoe ver de golf boven en onder het midden komt. d is de evenwichtsstand: het midden van de golf. b bepaalt de periode: 360° ÷ b. Een grotere b maakt de golf dus smaller, niet breder. Het hoogste punt is d + a en het laagste d − a.
Voorbeelden per niveau
- vmbo gt: bij y = 2 · sin(x) is de amplitude 2. De golf gaat tussen −2 en 2 heen en weer, met een periode van 360°.
- havo: bij y = sin(2x) is de periode 360° ÷ 2 = 180°: binnen 360° zie je twee hele golven.
- vwo: bij y = 1 + 3 · sin(2x) is de evenwichtsstand 1, de amplitude 3 en de periode 180°. Het hoogste punt is 1 + 3 = 4 en het laagste 1 − 3 = −2.
Sinus, cosinus en tangens in een rechthoekige driehoek reken je uit op SOS CAS TOA.
Opdrachten
Kies boven de grafiek de modus Opdrachten.
- Zet α tussen 0° en 90° zo dat sin(α) = 0,5.
- Zoek een hoek waarbij sin(α) negatief is en cos(α) positief.
- Maak de periode van jouw sinusoïde 180°.
- Maak een sinusoïde met hoogste waarde 3 en laagste waarde −1.
Veelgemaakte fouten
Fout
Sinus en cosinus verwisselen: sin α als de x-coördinaat nemen.
Goed
Op de eenheidscirkel is cos α de x-coördinaat en sin α de y-coördinaat van P.
Fout
Denken dat de periode van y = sin(bx) gelijk is aan b.
Goed
De periode is 360° ÷ b. Bij b = 2 is de periode 180°, niet 2.
Formulekaart
Printvriendelijk — gebruik Afdrukken in de browser.
- Punt op de eenheidscirkel
- Periode
Wat moet ik kennen
Domeinkoppeling CE-syllabus 2027 · geen volledige examenlijst.
vmbo gt · wiskunde · WI/K/4 (4.1)
Algebraïsche verbanden, onderdeel periodieke verbanden · bron syllabus wiskunde vmbo 2027 (Examenblad)
havo · wiskunde B · subdomein B4
Functies, grafieken en vergelijkingen, onderdeel periodieke functies · bron syllabus wiskunde B havo 2027 (Examenblad)
vwo · wiskunde A · subdomein C1
Verbanden, onderdeel standaardfuncties · bron syllabus wiskunde A vwo 2027 (Examenblad)
vwo · wiskunde B · domein D
Goniometrische functies · bron syllabus wiskunde B vwo 2027 (Examenblad)
Test jezelf
Oefen sinus, cosinus en tangens met SOS CAS TOA oefenen.
Reken het uit
Vragen
Waarom is sin α de y-coördinaat op de eenheidscirkel?
In de rechthoekige driehoek met schuine zijde 1 is de overstaande zijde gelijk aan sin α, en die zijde staat rechtop. Daarom is sin α de hoogte van P, en cos α de afstand naar rechts.
Maakt een grotere b de golf breder?
Nee, smaller. De periode is 360° ÷ b, dus bij een grotere b past de golf vaker in 360°.