Schaal oefenen
Train rekenen met een schaal 1 : n, van plattegrond tot landkaart, met de eenheden cm, m en km.
Oefensessie
Wat je oefent
Je rekent afstanden om tussen een kaart en de werkelijkheid. De meeste fouten zitten niet in de vermenigvuldiging maar in de eenheden. Daarom krijg je na een fout te zien of je de eenheid vergat om te rekenen, keer en delen omdraaide, of een factor 10 verkeerd zat.
- Kaart → werkelijk: lengte op de kaart × n.
- Werkelijk → kaart: werkelijke lengte (in cm) ÷ n.
- Schaal bepalen: n = werkelijk ÷ kaart, allebei in cm.
Niveaus en moeilijkheid
Niveau 1 gebruikt plattegronden (1 : 50 tot 1 : 500) en antwoorden in meters. Niveau 2 vraagt ook de lengte op de kaart. Op niveau 3 werk je met landkaarten (1 : 10 000 tot 1 : 100 000) en kilometers, en op niveau 4 bepaal je zelf de schaal. Toets-modus: een timer, geen hints en één samenvatting aan het eind.
Voorbeeld
Op een kaart met schaal 1 : 25 000 is een afstand 4 cm. Hoeveel km is dat in werkelijkheid?
- Werkelijk = kaart × n: 4 cm × 25 000 = 100 000 cm.
- Omrekenen: 100 000 cm = 1 km (100 cm = 1 m en 1000 m = 1 km).
Antwoord: 1 km.
Wat moet ik kennen
vmbo · wiskunde · WI/K/6 (6.2)
Meetkunde (6.2 schatten, meten en berekenen), onderdeel schaal · bron syllabus wiskunde vmbo 2027 (Examenblad)
Formulekaart
Printvriendelijk — gebruik Afdrukken in de browser.
- Kaart → werkelijk
- Schaal 1 : n
Oefen ook met echte examenopgaven op Examenblad.nl. We hosten geen oude examens.
Veelgestelde vragen
Waarom moet ik eerst omrekenen naar cm?
De schaal 1 : n vergelijkt twee lengtes in dezelfde eenheid. Staat de kaart in cm en de werkelijkheid in km, dan klopt de factor n pas als beide in cm staan.
Is schaal 1 : 100 hetzelfde als 1 procent?
Nee. 1 : 100 betekent dat 1 cm op de kaart 100 cm in werkelijkheid is. Het is een verhouding tussen lengtes, geen percentage.