Oppervlakte oefenen
Train de oppervlakte van vlakke figuren, van rechthoek tot cirkel, met de formules en stappen van de rekenmachine.
Oefensessie
Wat je oefent
Elke opgave noemt een figuur en de maten. Je kiest zelf de formule. Na een fout zie je of je de ½ vergat, de diameter als straal gebruikte, de omtrek uitrekende in plaats van de oppervlakte, of de schuine zijde van een parallellogram als hoogte nam.
- Rechthoek en parallellogram: basis × hoogte.
- Driehoek en trapezium: met een ½ in de formule.
- Cirkel: π × straal², afgerond op twee decimalen.
Niveaus en moeilijkheid
Niveau 1 begint met rechthoeken en driehoeken. Niveau 2 voegt het parallellogram (met een schuine zijde die je niet nodig hebt) en de cirkel met straal toe. Op niveau 3 komen het trapezium en de cirkel met diameter erbij, en op niveau 4 reken je m² om naar cm². Toets-modus: een timer, geen hints en één samenvatting aan het eind.
Voorbeeld
Bereken de oppervlakte van een cirkel met diameter 10 cm.
- Eerst de straal: r = d ÷ 2 = 10 ÷ 2 = 5.
- Kwadraat: 5² = 25.
- A = π × 25 ≈ 78,54 cm².
Antwoord: 78,54 cm². Wie de diameter invult als straal, krijgt een antwoord dat 4 keer te groot is.
Wat moet ik kennen
vmbo · wiskunde · WI/K/6 (6.2)
Meetkunde (6.2 schatten, meten en berekenen), onderdeel oppervlakte van driehoek, rechthoek en cirkel · bron syllabus wiskunde vmbo 2027 (Examenblad)
Formulekaart
Printvriendelijk — gebruik Afdrukken in de browser.
- Driehoek
- Cirkel
- Trapezium
Oefen ook met echte examenopgaven op Examenblad.nl. We hosten geen oude examens.
Veelgestelde vragen
Waarom staat er een ½ in de formule van een driehoek?
Een driehoek is precies de helft van de rechthoek met dezelfde basis en hoogte. Daarom reken je basis × hoogte en deel je door 2.
Hoeveel cm² is 1 m²?
Een vierkante meter is 100 cm bij 100 cm, dus 1 m² = 10 000 cm², niet 100 cm².